Op buitenplaatsen komen relatief veel historische (monumentale) boerderijen voor. De boerderijen waren als bedrijf met woonhuis verpacht, maar hebben nu vaak alleen een woonbestemming. Zij vormen de pareltjes in het oude agrarische cultuurlandschap rondom de buitenhuizen.

Naar schatting de helft van alle monumentale boerderijen in Overijssel behoorde van oorsprong tot een buitenplaats. Veel buitenplaatsen vormden ooit de kern van waaruit het omringende land met hulp van pachters in cultuur werd gebracht. Deze boerenplaatsen zijn vaak van oude datum.  De pachtboerderijen vormden de voornaamste inkomstenbron voor de eigenaar van een buitenplaats. Deze sprong dan ook voorzichtig met dit kapitaal om. Het beheer van de buitenplaats was gericht op continu├»teit met oog voor de komende generaties. Dat kwam het behoud van veel boerderijen ten goede.

Streekeigen kenmerken

De architectuur van de meeste landgoedboerderijen is streekeigen. De boerderijen zijn gebouwd door regionale timmerlieden en passen bij het agrarisch karakter en de bouwtraditie van de streek. In Twente waren dat grote, hoge boerderijen waarbij de oogst grotendeels binnenin het gebouw bewaard werd. Deze boerderijen hebben veelal houten topgevels met een (zadel)dak van rode pannen. In Salland komen meer bescheiden, rietgedekte boerderijen voor met een afgeschuind, zogenaamd wolfsdak. De oogst werd hier veelal in mijten en bergen op het erf bewaard. Nog altijd zien veel landgoedeigenaren toe op het juiste materiaal- en kleurgebruik van boerderijen, ook als deze inmiddels op erfpachtbasis verkocht zijn.

Afwijkende bouwstijlen

Sommige landgoedeigenaren bouwden juist afwijkende boerderijtypen, waarmee zij hun bezit onderscheidden van de andere agrarische bedrijven. Mogelijk wilden ze op deze manier ook een modernere bedrijfsvoering propageren. Soms namen ze uitheemse boerderijen (uit Friesland, Brabant of zelfs Limburg) als voorbeeld. Anderen lieten in lijn met de verfijnde architectuur op de buitenplaatsen zelf geheel eigen boerderijen ontwerpen. Alleen in Salland is al een tiental typen landgoedboerderijen bekend. Aan het begin van de 20ste eeuw bijvoorbeeld liet CHU-politicus de Vos van Steenwijk negen nieuwe boerderijen op landgoed Den Gelder bij Wijhe bouwen. De gevels zijn voorzien van stichtelijke Bijbelteksten. Welhaast nog fraaier zijn de boerderijen op Den Aalshorst bij Dalfsen, die uit dezelfde periode dateren en onder meer verfraaid zijn met gevelstenen uit gesloopte Amsterdamse grachtenpanden.

Kleurrijke luiken

Landgoedboerderijen zijn (evenals bijgebouwen) geregeld ook te herkennen aan kleurrijke luiken, vaak met zandloper of diabolomotief. Dit kleurgebruik wordt  vaak gezien als onveranderlijk element van een landgoed. Dat is niet terecht. De kleuren corresponderen eigenlijk met het familiewapen van de veelal adellijke eigenaren. De familie bakende met deze kleuren als het ware het eigen domein af. Bij verkoop of vererving van de ene familie op de andere, veranderden ook de kleuren van de luiken. Een landgoed in burgerlijk of publiek bezit houdt meestal de kleuren van de laatste adellijke familie in stand. Op de fabrikantenbuitenplaatsen komt dit fenomeen dan ook hoegenaamd niet voor.

Ewout van der Horst, stichting IJsselacademie

Foto: OPG- Twickel kent maar liefst 150 boerderijen met veelal streekeigen kenmerken en karakteristieke zwart-witte luiken die verwijzen naar het wapen van de familie Van Twickelo, de middeleeuwse stichters van de buitenplaats