In de zeventiende eeuw was het geen pretje om de zomer door te brengen in de stad. Dankzij de grachten, die als open riool fungeerden, hing er een ondraaglijke stank. Geen wonder dat veel rijke stedelingen buitenplaatsen op het platteland stichtten. Hier genoten ze 's zomers samen met hun familie van de rust en de natuur. Niet alleen welgestelde burgers bezaten zulke zomerverblijven. Ook edelen transformeerden in deze periode hun kastelen op het platteland tot luxe buitenplaatsen. Of ze vervingen hun kasteel door een 'modern' landhuis. Wat weinig mensen weten is dat de adel ook nieuwe buitenplaatsen stichtte. Zoals in Overijssel, waar het bezit van een buitenplaats de sleutel kon zijn tot politieke macht.

Schoonheeten
Historische ansichtkaart van Schoonheeten

Bestuurlijke carrière in Overijssel

Als je in het Overijssel van de zeventiende eeuw een bestuurlijke carrière ambieerde, dan moest je toegang hebben tot de Ridderschap. Via de Ridderschap kon je een plek verwerven bij de Staten van Overijssel (het bestuur van Overijssel), die verder nog uit vertegenwoordigers van de drie IJsselsteden Deventer, Zwolle en Kampen bestond. Behoorde je tot de meest toonaangevende adellijke families, dan schopte je het misschien zelfs tot drost van Salland of Twente. Om lid te worden van de Ridderschap moest je volgens het reglement uit 1622, naast riddermatig van geboorte en 'voldoende gegoed', ook in het bezit zijn van een erkende havezate. Een havezate was een versterkt edelmanshuis op het platteland. Deze huizen, destijds 'saelstede' genoemd, werden in de loop van de zeventiende eeuw aangeduid met de term 'havezate', een term die ook in Drenthe en Gelderland gebruikelijk was.

Schoonheten - foto: Albert Speelman
Schoonheten - foto: Albert Speelman

Nieuwe buitenplaatsen

In 1630 werd het reglement uit 1622 verscherpt met onder andere de bepalingen dat de havezate 'adellijk betimmerd' was én dat de havezaatsgoederen een waarde vertegenwoordigden van minstens 25.000 gulden. Machtige edelen hadden er een handje van om hun invloed nog meer uit te breiden. Dat deden ze door ook hun tweede (en jongere) zonen naar belangrijke bestuurlijke posities te manoeuvreren. De eerste stap was deze jongere zoon binnen de Ridderschap te krijgen. Daar was wel een tweede havezate voor nodig - en hoe kwam je daaraan? Een havezate aankopen was een optie, of een vrouw met een havezate huwen. Een andere manier was een compleet nieuwe buitenplaats stichten en deze te laten erkennen als havezate. Dat was mogelijk, omdat in het reglement niet heel duidelijk omschreven stond wat precies 'adellijk betimmerd' was. Zo konden de edelen hun kastelen transformeren tot moderne buitenhuizen - òf dus een nieuwe buitenplaats als havezate erkend krijgen.

Huis te Diepenheim (litho Piet Schipperus, ca. 1875) werd in 1635 gekocht door Hendrik Bentinck voor zijn zoon Berent
Huis te Diepenheim (litho Piet Schipperus, ca. 1875) werd in 1635 gekocht door Hendrik Bentinck voor zijn zoon Berent

Schoonheeten

Een voorbeeld hiervan is Schoonheeten. De strategisch denkende Hendrik Bentinck stichtte een landgoed in Heeten bij Raalte. Door aankoop van diverse losse percelen grond en boerderijen vormde zich hier langzamerhand een landgoed dat qua waarde voldeed aan de eisen voor een havezate. In 1633 vroeg Hendrik Bentinck om erkenning van het landgoed als havezate. Dit werd toegestaan, mits er een passende adellijke behuizing zou worden gebouwd. Deze tweede havezate was voor de tweede zoon van Hendrik Bentinck, Eusebius Borchard. De zoon bouwde rond 1650 het tegenwoordige herenhuis, dat de toepasselijke naam Schoon-Heeten kreeg. Nu, vier eeuwen later, is deze havezate nog steeds in bezit van de nakomelingen van Hendrik Bentinck.

Een andere havezate is Den Berg, Dalfsen (foto: Hessel Yntema)
Een andere havezate is Den Berg, Dalfsen (foto: Hessel Yntema)

Het waren dus niet alleen rijke stedelingen die in de zeventiende eeuw nieuwe buitenplaatsen stichtten. Met waarschijnlijk enig handjeklap en politieke intrige konden edelen met een nieuwe buitenplaats een havezate creëren als basis voor hun politieke macht.

Chrissy Flohr i.s.m. Ben Olde Meierink, Nederlandse Kastelenstichting 

Meer weten over dit onderwerp? Lees dit artikel van Ben Olde Meierink (PDF)