De Buitenplaats Landgoed Het Hakenberg ligt op de stuwwal in het Nationaal Landschap Noordoost Twente ten noordoosten van Oldenzaal. Hier creëerde de befaamde landschapsarchitect Pieter Wattez een parkaanleg tussen 1907 en 192

De bloei van de Twentse textielindustrie tussen 1880 en 1920 stelde de fabrikanten in de gelegenheid een groot aantal buitenplaatsen en landgoederen te ontwikkelen. De aangekochte gronden werden gebruikt voor landbouw, veeteelt en bosbouw en de aanleg van landhuizen met veelal een parkaanleg. Deze waren aanvankelijk bedoeld voor bewoning in de zomermaanden.

In eerste instantie werden landgoederen rond de steden Enschede, Hengelo en Oldenzaal ontwikkeld. Later bleek ook de stuwwal in Noordoost Twente een geschikt oord. Voor de aanleg in landschapsstijl kon geraffineerd gebruik worden gemaakt van het reliëf in het terrein. De buitenplaatsen moesten onderling concurreren in aanleg en schoonheid. Bij de bouw en aanleg schakelden de textielfabrikanten vooraanstaande architecten en tuinarchitecten in. Opvallend is de grote variatie in stijlkenmerken van de landhuizen. 

Bijzonderheden

Wattez

Petrus Hermannus (Pieter) Wattez (1871-1953) was een zoon van tuinarchitect Dirk Wattez. De documentatie van het werk van Pieter Wattez is beperkt. Hieronder citeren wij uit een krantenbericht uit 1941, een bericht ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag:

Het betreft hier een in het geheele land, maar voornamelijk in twente, bekende persoonlijkheid wiens plannen en adviezen op het gebied van landschapsschoon en - architectuur overal groote waardeering mocht vinden en waarvan de uitgevoerde ontwerpen alle getuigen van zuiver origineele opvatting en kunstzinnigheid. Zoo zal zijn naam onafscheidelijk aan zijn ontwerpen verbonden blijven.

De werken genoemd in dit artikel betreffen in Twente onder meer Tuindorp,'t Lansink, het G.J. Van Heekparken de buitenplaatsen De Weele, De Hooge Boekel , Het Oosterveld, De Zonnebeek en Het Hakenberg.

Aanleg op het Hakenberg

Het oeuvre van Wattez vertoont een grote variatie. Hij werkte zowel in de landschapsstijl als in een stijl die als monumentaal symmetrisch aangeduid kan worden. Met name bij zijn opdrachten in Twente had Wattez de mogelijkheid voor grootschalig werk met weidse gebaren die hij meesterlijk beheerste. Het Hakenberg is daar een goed voorbeeld van.

Toen Wattez hier aan het werk ging was de theekoepel op de heuveltop aanwezig. Al in de 18e eeuw waren er in dit gebied reeds kleinschalige buitenverblijven, onder meer een herenkamer in een aangrenzende boerderij en enkele theekoepels. De koepel op het Hakenberg van omstreeks 1900 vormde het uitgangspunt voor de aanleg het van Wattez – van daaruit lopen verschillende zichtlijnen naar het omringende landschap. Door middel van een zorgvuldige enscenering heeft hij de natuurlijke omgeving met glooiend terrein omgevormd tot een idyllisch, schilderachtig park. Met relatief weinig ingrepen is de dramatiek in het landschap sterk verhoogd. Voor het landhuis, dat uiteindelijk pas in 1927 werd gerealiseerd - de tussenkomst van de eerste wereldoorlog heeft het proces van de aanleg vertraagd - had hij een passende plek bedacht: tegen de zuidhelling en met rugdekking van de heuveltop. Het huis is een vertrekpunt voor verschillende wandelingen, waarbij de wandelpaden als concentrische 'schillen' op de zuidhelling liggen: eerst een 'rondweg' die ook ter ontsluiting diende, een wandelpad rond de afgerasterde weide en een wandelpad door de bosrand achter de vijver langs. 
Na het herstel en de restauratie van dit complex gedurende 2010-2016 vertelt Het Hakenberg het verhaal van ruim 200 jaar cultuurgeschiedenis - van herenkamer, theekoepel naar aanleg in Engelse landschapsstijl - en toont dat vrijwel onaangetast.

Geschiedenis

In de tweede helft van de negentiende eeuw worden in Twente de markegronden ontgonnen. Hierbij speelde de Nederlandse Heidemaatschappij – opgericht door een aantal Twentse fabrikanten – een belangrijke rol. Vooral in de periode 1890 – 1920 worden er door de textielfabrikanten op grote schaal buitenplaatsen aangelegd.

De gronden op Het Hakenberg waren in de negentiende eeuw eigendom van achtereenvolgens de families Essink/Kock te Oldenzaal, Krepel te Deventer en Noury te Klarenbeek.
In 1902 koopt A.J.H. Blijdenstein op een openbare veiling het landgoed. De landerijen werden zowel ten behoeve van de houtproduktie, de landbouw en de jacht beheerd. Van een landhuis was nog geen sprake. Wel stond er op de top van de berg een theekoepel. Deze was in 1856 in opdracht van dominee Ter Kuile gebouwd door timmerman Jan Wansink. Deze verkeerde in 1903 in vervallen staat en is afgebroken en weer opgebouwd op het Landgoed Boerschotten. In het kader van het Herstelplan 2012/2016 is de theekoepel heropgericht  en vervaardigd door timmerman Ben Geerdink.
De familie Blijdenstein woonde in Enschede en verbleef in de zomer regelmatig in de de heerschapskamer van de hoeve Hakenberg. In 1921 kwam Het Hakenberg na vererving en verkoop in handen van W. Blijdenstein. In 1928 liet hij het landhuis bouwen, nadat de firma H. Copijn & Zoon reeds was begonnen met de reorganisatie van het park.

Het Hakenberg is tot 2007 door een drietal generaties Blijdenstein bewoond. In 1972 is een gedeelte van de landgoedgronden verkocht aan Natuurmonumenten.
Het buitenplaats gedeelte – landhuis, koepel, koetshuis, en omliggende parkaanleg – is sinds 2007 in bezit van het echtpaar Anne-Marie en Paul Kamphuis.