Rond Enschede liggen verschillende buitenplaatsen die door (textiel) fabrikanten gesticht zijn. Vaak zijn ze begonnen als theekoepeltje in een mooie landschappelijke aanleg, waarna men er een groter huis naast bouwde. Het Stroot is een mooi voorbeeld van dergelijk landgoed.

Het Stroot ligt ten westen van Enschede en is ongeveer 60 hectare groot. Het meeste daarvan bestaat uit bos en natuur.

Bijzonderheden

Het Stroot heeft een prachtige toegangspoort. Deze fraaie zandstenen poort in Renaissancestijl (ca. 1615) vormt de entree van het landgoed. Hij is afkomstig van het voormalige Huis Hengelo en vormt daarvan één van de weinige nog tastbare herinneringen. Na afbraak van de havezate in 1821, werd de poort verplaatst naar Hotel De Klomp in Enschede. In 1902 werd de poort gekocht door G.J. van Heek en kwam te staan op zijn huidige locatie aan de Strootsweg.

Al voor de Tweede Wereldoorlog had de poort de status van monument. Zo is hij opgenomen in G.J. ter Kuiles De Monumenten van Geschiedenis en Kunst in Twente uit 1934. De laatste restauratie, uitgevoerd door A.H. van Heek, dateert uit 1931. Na tachtig jaar was het tijd om de poort grondig te restaureren. De provincie Overijssel heeft hier budget voor beschikbaar gesteld. Met deze subsidie, en uiteraard geld van de eigenaren is de zandsteen hersteld, zijn de houten onderdelen van de poort weer in volle glorie gerenoveerd én zijn de beelden bovenop de poort gemaakt.

Geschiedenis

Het landgoed werd in 1819 gesticht door Johanna Berendina Roessingh, geboren van Heek. Volgens overlevering heeft zij er een theekoepel gebouwd, maar hiervan zijn geen bewijzen. Toen haar neef Gerrit Jan van Heek het landgoed in 1865 kocht op de veiling van haar nalatenschap, stond er inmiddels een 'zeer logeabel heerenhuis' met daarbij een tuin, een vijver en 'wandelingen'. In 1922 volgde opnieuw een uitbreiding van het huis in opdracht van A.H. van Heek. In dat jaar is tegen de oostgevel een nieuw entreeportaal gebouwd en tegen de westgevel een grote serre. Daardoor verhuisde de hoofdingang van de zuidgevel naar de oostgevel. Niet lang daarna is omstreeks 1930 de serre met loggia tegen de zuidgevel aangebouwd en is het interieur gemoderniseerd. Het huis, met terrassen van Bentheimer zandsteen, staat op een verhoging in de deels landschappelijk en deel geometrisch aangelegde tuin, in 1865 ontworpen door D. Wattez in opdracht van G.J. van Heek. De tuin is gereorganiseerd (datum onbekend) door P. H. Wattez. Omstreeks 1920 heeft H. Copijn een bloementuin in de middenas aangelegd. In 1925 is in de tuin een tuindeel met bassin en muurwerk aangebracht naar ontwerp van Th.J. Dinn. In een klein gedeelte van de tuin zijn na de 2e wereldoorlog door Mien Ruys wijzigingen aangebracht.

 Op dit moment is het landgoed eigendom van A.H. (Arnold) Enklaar en zijn zuster M.E.A. (Marlies) Enklaar, de achterkleinkinderen van Gerrit Jan van Heek.