Op dit eeuwenoude kleinschalige Twentse landgoed zie je hoe mooi natuur en cultuur met elkaar verweven zijn. Oude lanen leiden je langs bloeiende akkers en grazige weilanden. De Eschbeek slingert door het landgoed en wordt omzoomd door zeer oud loofbos.

Ten noorden van Enschede vind je op fietsafstand dit heerlijke landgoed waar iedereen van harte welkom is. De oude boerderijen vertellen ieder hun eigen oude verhaal en liggen als parels in het Twentse landschap. Nog zichtbare restanten uit de Tweede Wereldoorlog liggen er stil en verlaten bij.

Kom wandelen, fietsen, sporten en beleef Hof Espelo. Sluit een bezoek eens af met een kijkje in het bezoekerscentrum in het oude Koetshuis. Voor de kinderen is een geweldig speelbos aangelegd; 't Klauterwoud.

Bijzonderheden

Op landgoed Hof Espelo zijn verschillende wandelroutes uitgezet die je langs de mooiste plekjes leiden. Wist u bijvoorbeeld dat er nog steeds vliegtuigheuvels zichtbaar zijn, waar in de Tweede Wereldoorlog vliegtuigen verborgen werden?

Of kent u de visvijver op het landgoed waar in vroeger tijden de vis werd gevangen voor de maaltijden? Of 't Möske? Een prachtige plek waar de boeren in vroeger tijden water uit de beken over het leiden en het land op deze manier lieten bevloeien zodat er vruchtbare aarde ontstond. 

Geschiedenis

Op 28 mei 1215 bevestigd paus Innocentius III dat het Kapittel van Sint Pieter in Utrecht eigenaar is van Hof Espelo. Dit betekent dat het Hof in 2015 al minstens 800 jaar bestaat.

Een horig hof

Hof Espelo was een horige boerderij, maar ook de centrale plaats waar de gezagsdrager (meijer) van het gehele Twentse bezit van het kapittel woonde. Onder Hof Espelo hoorden 21 andere 'horige erven' in Noord-Oost Twente. Deze boerderijen waren alle in bezit van het kapittel. De bewoners waren 'horig', onvrij. Ze waren gebonden aan de grond van de boerderij en mochten die zonder toestemming van de eigenaar niet blijvend verlaten.

Pacht

Hofhorigen waren verplicht elk jaar pacht te betalen, van ouds in natura, zoals rogge, gerst, haver, tarwe of andere producten, maar later soms ook in geld. De pacht moest jaarlijks op Lambersdag – 17 september, de naamdag van heilige Lambertus – naar de meijer worden gebracht.