De Dinkel is de ruggengraat van dit landgoed: het park is eromheen aangelegd en een drievoudige watermolen gebruikte de kracht van de Dinkel om meel, olie en zaaghout te produceren.

Singraven heeft het allemaal; een statig huis, een prachtige tuin, prachtige bossen, schilderachtig gelegen landbouwgronden en een eigen watermolen. Daarnaast heeft het landgoed een rijk verleden, compleet met spookverhaal en kleurrijke bewoners. Met recht een uniek landgoed!

Bijzonderheden

Het verhaal gaat dat de kloostergemeenschap (Convent der Derde Orde van Sint Franciscus) Singraven nooit helemaal verlaten heeft; de geest van één van de nonnen waart nog steeds op Singraven rond. Ze werd ingemetseld in een van de muren van het huis als straf voor haar vermeende onkuise omgang met de dorpsbewoners. Dagenlang hoorde men haar gekrijs en jammerklachten. Sindsdien wordt haar geest gezien in het spattende water van de watermolen of achter de ramen van het huis en brengt ze ongeluk aan de bewoners van Singraven... Zo wordt de dood van Hendrik Jan Roessingh Udink  toegeschreven aan het spook van Singraven; toen Hendrik Jan een sigaar wilde opsteken struikelde hij over een olielamp en stond onmiddellijk in lichterlaaie. Hoewel ze hem direct in de Dinkel gegooid hebben, overleed hij enkele dagen later aan zijn verwondingen.

Geschiedenis

Singraven in de Middeleeuwen

Voor de eerste vernoeming van Singraven moeten we terug naar het jaar 1381, toen het bekend stond als de agrarische boerenhofstede 'Hof ten Singraven' en in eigendom was van de bisschop van Utrecht, die het beleende aan derden. Later ontwikkelde deze hofstede zich tot de havezate Singraven. In 1505 werd het leengoed via Johan van Twickel verkocht aan het Convent der Derde Orde van Sint Franciscus uit Oldenzaal. Later verkocht dit Convent het landgoed aan de Bentheims, die op hun beurt in 1651 door geldnood gedwongen waren het weer te verkopen aan Gerhard Sloet tot den Oldenhof, destijds landrentmeester van Twente. Deze begon direct met de renovatie en herbouw van het huis, dat in de tachtigjarige oorlog danig in verval was geraakt. Ondanks ernstige financiële problemen wisten de Sloets landgoed Singraven ruim twee eeuwen in bezit te houden.

Verbouwingen op Singraven

Daarna ging het door verkoop over naar de familie De Thouars en vervolgens, in 1892, naar Johannes Theunis Roessingh Udink. Hij was in een betere financiële positie en wilde Singraven weer tot bloei te laten komen. Het huis werd opgeknapt, er werd een nieuwe gevel geplaatst, er kwam een aanbouw bij aan de noordzijde van het huis en het landgoed werd uitgebreid door aankoop van de voormalige havezaten Harseveld en Noord-Deurningen. Bij het overlijden van Roessingh Udink in 1858 omvatte Singraven twee havezaten en 37 boerenerven met een gezamenlijke oppervlakte van 1165 hectare. Het bezit werd verdeeld onder zijn twee zoons, maar later kwamen beide landgoederen via vererving weer in één hand, namelijk die van kleinzoon Johan Anton Roessingh. Nadat hij was overleden, verkocht zijn weduwe in 1914 het landgoed. De koper was Jan Adriaan Laan, een zeer vermogende handelaar uit de Zaanse voedingsmiddelenindustrie.

Van der Laan

Door het nogal spoedige overlijden van zijn echtgenote en hemzelf werd hun zoon Willem Frederik in 1922 enig eigenaar. Hij kocht in 1924 het aanliggende landgoed Beugelskamp. Hoewel Huis Singraven net grondig gerenoveerd was, was Laan niet tevreden. Het schijnt dat hij in zelfs overwogen heeft om het huis geheel af te breken en zodanig te laten herbouwen dat de gevel precies haaks op de imposante "kasteellaan" zou staan. Dat plan ging niet door, maar wel werd bijvoorbeeld de voorgevel (opnieuw) aangepast en werden in passende stijl twee poortwoningen opgetrokken. Voorts werd het Huis steeds verder ingericht met oude kunst en antiek, waarvan Laan een groot kenner en liefhebber was. Gedurende zijn leven verzamelde hij een zeer grote en waardevolle collectie op die nog steeds compleet ter plaatse aanwezig is.

Omdat Laan vrijgezel bleef, begon hij zich op 61-jarige leeftijd zorgen te maken over de toekomst van het landgoed. In 1956 kwam hij in contact met Stichting Edwina van Heek, welke als statutair doel heeft om cultureel erfgoed en waardevolle natuurgebieden in Oost-Nederland in stand te houden. Na lange voorbereidende besprekingen en onderhandelingen nam deze stichting landgoed Singraven drie jaar later over van de heer Laan, waarbij was bepaald dat Laan er tot zijn dood mocht blijven wonen. Laan overleed in 1966 en sindsdien zijn het Huis, omliggend park, arboretum en de natuurgebieden in toenemende mate publiekelijk toegankelijk. Stichting Edwina van Heek zet zich in om dit waardevolle erfgoed te behouden voor deze en volgende generaties.