Westerflier ligt op de grens tussen Twente en de Achterhoek. De Regge begint hier zijn tocht door Overijssel. Op het landgoed is veel mogelijkheid tot wandelen en fietsen.

Landschappelijk is het landgoed Westerflier heel anders dan het Nijenhuis dat van dezelfde eigenaren is: veel grootschaliger, minder parkachtig en meer agrarisch van karakter. Drie melkveehouders met in totaal zo'n 150 koeien wonen en werken op het landgoed. Ook de bossen zijn grotendeels rationeel van aanleg, waaraan te herkennen is dat het Westerflier een ontginningslandgoed is. Tot ver in de 19e eeuw was het gebied nog bijna onontgonnen: heide en rommelige hakhoutbosjes wisselden elkaar af, een paar keuterboertjes konden met moeite het hoofd boven water houden.

Nu vallen de lange rechte lanen op, die afgewisseld worden door licht glooiende weilanden (essen), bossen en het stroomgebied van de Regge, dat in de laatste jaren flink veranderd is. De rechte sloot is verdwenen en de loop is verbreed en aan alle kanten afgegraven tot een soort dal. Hierdoor kan het riviertje vrijelijk meanderen. Dit is niet alleen goed voor de waterberging (retentie), maar ook voor de biodiversiteit: in het stroomgebied groeien veel bijzondere planten en het wordt gebruikt door kleinwild en reeën om te foerageren.

Bijzonderheden

De landgoederen Westerflier en Nijenhuis horen bij elkaar, omdat ze al sinds halverwege de 19e eeuw in dezelfde familie zijn. Er wordt wel gesproken van een dubbellandgoed. De kleuren van de luiken zijn dan ook gelijk. De landgoederen liggen aan weerszijde van het 'stedeke' Diepenheim en raken elkaar nergens.

Geschiedenis

De naam Westerflier heeft een zeer oude oorsprong: al in 1046 wordt 'Westerfle' genoemd in een schenkingsakte. Hierbij was overigens geen sprake van een landgoed of kasteel, maar van een streek, waarvan alleen duidelijk is dat die globaal lag ten westen van Twente. Aan het einde van een zandrug, op een strategische plek, waar de toen nog bevaarbare Regge aftakte van de Schipbeek, ontstond in 1536 een havezate. Helaas hult de vroege geschiedenis van het Westerflier zich grotendeels in nevelen. Wel is bekend dat de buitenplaats daarvoor toebehoorde aan het Warmelo. De bekende katholieke familie Van Hoevell tot Westerflier bezat het landgoed ongeveer een eeuw (1628-1721), maar heeft het toevoegsel gehandhaafd om zich te onderscheiden van de protestante familie Van Hoevell van Nijenhuis.

Daarna kwam het in handen van de familie Van der Sluys, die rijk geworden was door houthandel naast een sluis die niet ver van Diepenheim in de Schipbeek lag. Deze eigenaar heeft het oude huis (waarvan helaas zeer weinig bekend is) afgebroken en in 1729 het huidige huis gebouwd in een eenvoudige classicistische stijl. Eigenlijk is het huis uiterlijk in die bijna 300 jaar weinig veranderd.

De familie Van der Sluys verkocht het huis in 1854 aan Rutger Jan Schimmelpenninck, de kleinzoon van de raadpensionaris Schimmelpenninck, die een halve eeuw daarvoor het Nijenhuis had gekocht. Sindsdien is het landgoed in de familie gebleven. Het was tot 1935 particulier bewoond, daarna werd het verhuurd en was het enige tijd (1948-1969) een tehuis voor uit huis geplaatste meisjes. Later was het opgedeeld in vier appartementen en in 2005 kwam het huis leeg te staan. Huis Westerflier was toen in een slechte staat en in 2008/2009 is het huis grondig gerestaureerd. Nu wordt het door twee huishoudens bewoond.